Klosjes voor katoen

Anne Bonthuis

24-11-2015 01:06:59

Midden in het idyllische Lake District staat de laatste garenklossenfabriek die Engeland rijk is. Een schilderachtige ‘mill’ die herinnert aan de ooit zo florerende katoenindustrie. En gelukkig: de machines draaien nog af en toe voor het snijden van de originele houten klosjes.

klosjeskatoenquote

De Bobbin Mill blijkt de laatste, nog werkende garenklosjesfabriek in Cumbria te zijn, een gebied waar ooit zo’n zestig fabrieken op volle toeren draaiden. Hier werden kleine, maar vooral ook veel grote, houten klossen gemaakt voor de textielindustrie, die floreerde in het 19e eeuwse Engeland. Op hoogtijdagen maakte de fabriek Bobbin Mill, nu een bijzonder industrieel monument, zo’n kwart miljoen klossen per week Omringd door bossen Het was de plaatselijke schapenboer John Harrison die in 1835 met een vooruitziende blik de fabriek met watermolen liet bouwen. Hij voorzag dat de nabijgelegen spinnerijen en weverijen voortdurend klossen nodig zouden hebben en zocht de locatie met zorg uit. Vlakbij snel stromend water voor het opwekken van energie en omringd door bossen die het hout voor de klossen konden leveren. Het was nooit zijn idee om de fabriek zelf te exploiteren, het boerenleven was hem daarvoor te dierbaar. Direct na de bouw verkocht hij de ‘mill’ met winst. In de loop der tijd zouden steeds meer van dit soort fabrieken in de regio verrijzen. Al in die eerste gloriejaren werd het hout voor de klossen met beleid gekapt, volgens een beproefde methode van bosbeheer. Zodra een boom de gewenste diameter had bereikt, werd hij gekapt tot bijna aan de grond. Uit de stronk groeiden weer nieuwe loten, die na acht tot zestien jaar weer voldoende gegroeid waren om gekapt te worden. Energie werd aanvankelijk alleen via watermolens opgewekt, later deden de waterturbine en het stoomgemaal hun intrede en werd uiteindelijk in 1941 op de elektriciteit overgegaan. de fabriek ademt de sfeer van vroeger Het karakteristieke Stott Park Bobbin Mill, dat nog tot 1971 in vol bedrijf was, lijkt in al die jaren nauwelijks gemoderniseerd. Alles ademt nog de Victoriaanse tijd. Zagen, snijden, schuren, boren: het wordt allemaal door een ingewikkeld stelsel van leren banden aangedreven. De vloer is bezaaid met houtsnippers en het ruikt overal aangenaam naar vers gekapt hout, olie en leer. “Deze fabriek is eind 19e eeuw al begonnen met uitbreiding van het assortiment met onder meer handvaten voor gereedschap. Daardoor heeft Bobbin Mill het lang vol kunnen houden”, vertelt David Steely. Geroutineerd pakt hij een stuk hout en plaatst het op een blok om precies in het midden een gat te laten boren. Daarna zet hij het hout op een draaibank met scherpe messen die in korte tijd de zo typerende klosvorm uitsnijden. Twee jaar drogen De stammen werden hier voorheen ter plekke gezaagd en gedroogd. Buiten staat nog de grote droogschuur waarin de stammen werden gelegd, nadat ze van hun bast waren ontdaan. Twaalf maanden lagen ze onder een huif in de halfopen schuur waar de lucht vrij kon circuleren. Steeley: “Als de stammen voldoende droog waren, brachten we ze naar de fabriek om ze in ruwe, cilindervormige blokken te zagen. Cakes noemen we die houtblokken. Het zagen was vaak nog een gevaarlijk werkje. Vooral bij de dikkere stammen die nooit helemaal volledig droog waren. We zaagden zo’n dikke stam eerst doormidden en begonnen dan de cakes te maken. Die waren vaak nog ‘nat’ en konden zomaar splijten en in jouw richting vliegen.” De grote cakes werden weer in kleinere stukken gezaagd met de gewenste lengte en diameter. Daarna begon opnieuw het lange wachten: alle cakes werden nog eens twaalf maanden gedroogd op speciale luchtdoorlatende vloeren, voordat ze verwerkt werden tot klossen. Een droogproces van in totaal twee jaar! scott bobbins Rijke historie Voor kleine garenklosjes worden de machines nog regelmatig aangezet. Met een ratelend geluid komen de lange, leren aandrijfbanden in beweging en wekken de fabriek tot leven. De afwerking is misschien nog wel het meest verrassende onderdeel van het hele proces. Met de hand polijsten zou te arbeidsintensief en dus te kostbaar zijn. De oplossing is ingenieus: de klosjes worden in een houten ton gedaan met een handvol paraffine. Na twintig tot dertig minuten langzaam ronddraaien, komen ze er helemaal glad en glanzend uit. Zo kan het dat de klosjes van Stott Park Bobbin Mill nog altijd te vinden zijn in naaidozen over de hele wereld. Bezoekers van de oude fabriek kunnen ze ook ter plekke nieuw kopen. Een bijzonder souvenir met een lange, rijke historie.   Bezoek Bobbin Mill De fabriek ligt in Colton, Ulverston, Cumbria. Ten westen van Lake Windermere, dichtbij Newly Bridge. Er is ook een winkeltje waar o.a. de houten klosjes worden verkocht die hier nog steeds worden gemaakt. Openingstijden: 1 april tot 1 november op maandag t/m vrijdag van 11.00 tot 17.00 uur. In de weekenden gesloten. Entree: £ 6,20. Meer informatie

Nu in de winkel!

Meer Reisverhalen