Column Margreet: ‘Wapperende manen’

Marloes Blom

04-01-2017 10:00:00

paarden

Margreet Feenstra en haar man Erick wonen zes kilometer buiten het historische plaatsje Wijk bij Duurstede. Ze kochten een huis met twee schuren en een boomgaard met 21 hoogstamfruitbomen, hebben kippen, een rode kater en verhuren een vakantiehuisje. Hoe idyllisch is het eigenlijk om naar het platteland te verhuizen? Margreet deelt het met Seasons in een maandelijkse column. Afgelopen maand kon je lezen hoe ze worstelde met de kou. Nu ziet ze, vanachter haar raam, opeens een paard voorbij galopperen.

Ik zit op de bank, verdiept in een boek. “Hè hè”, zucht ik. “Even lekker wegdromen.” Sinds ik op het platteland woon, praat ik hardop tegen mezelf. Ik sla de bladzijde om en zie in mijn ooghoek iets bewegen door het raam. Iets groots. Het is vosbruin. Ik schrik. Er galoppeert een paard voorbij. En nog een. Allebei zonder hoofdstel. 

De paarden van de buurman (van 83 jaar)

Het zijn de paarden van de buurman. Ik smijt mijn boek op de bank, rep me naar de bijkeuken, schiet mijn winterjas aan, wurm me in mijn rubberlaarzen, struikel over mijn eigen voeten en ren in de kou over het knerpende grind naar het weggetje voor ons huis. Ik hijg. Even op adem komen. Links zie ik de paarden de dijk op galopperen, drie auto’s tegemoet. Dreigende koplampen. 

Ik sla een hand voor mijn mond. De paarden slaan linksaf, rennen nu op de dijk. Een colonne auto’s volgt hen als in een vrolijke optocht. Maar hee, dat is het niet: het is spitsuur. Ik ril. Ik denk ineens aan hun baas van 83. Hoe zou het met hem zijn? Ik pak mijn vouwfiets en arriveer buiten adem op zijn betonnen plaats. Zijn hond blaft en kwispelt. Daar staat de oude baas heel rustig een leidsel op te rollen. “Wat kom je doen?” zegt hij. Hij is gezond, gaat door me heen. Hij heeft geen trap gekregen, ligt niet bewusteloos op de stalvloer. Ik vertel dat zijn paarden langs mijn raam galoppeerden en dat ik me zorgen maakte.

“Jij bent er snel bij. Welke kant zijn ze op gegaan?” vraagt hij. Is hij in shock? Of juist onverschillig? “Naar Wijk.” Ik wijs om mijn woorden kracht bij te zetten. De buurman knikt. Hij pakt zijn fiets, slaat een been over het zadel en kuiert het weggetje voor onze huizen af richting Wijk bij Duurstede. “Ik ga met je mee”, roep ik. Onder aan de helling naar de dijk stapt de buurman van zijn fiets. Ik neem een aanloop, trap zo hard ik kan, maar red het met de kleine wieltjes nét niet tot bovenaan. Daar staat een andere buurman. Hij leunt op zijn fietsstuur. “De paarden zijn een wei ingedreven”, meldt hij kalm. Hij wijst naar het huis in de verte. 

De buurman heeft pretoogjes

Ik wacht tot de oude buurman ook boven is en stap weer op mijn stalen ros. We fietsen in stilte verder. Auto’s halen ons in. Na honderd meter moeten we de dijk af om bij het weiland te komen. Ik stuiter de afrit af, zie de buurvrouw staan. Ze doet net een hek dicht. Vier paarden zie ik: links van het pad twee van haar, rechts twee van hem. Alle hoefdieren drentelen opgewonden heen-en-weer. Nek hoog, manen wapperend in de wind. Ik vraag hoe ze de paarden heeft gevangen.

“Een automobiliste zag ze op zich afkomen. Ze stapte boven aan onze afrit uit, gooide het  portier open en dreef de paarden naar beneden”, vertelt ze. “Wat een geluk”, zeg ik. “Zeker. Maar het is niet de eerste keer dat ze losbreken. Hè, buurman?”, vraagt ze plagend. Buurman heeft pretoogjes. Hoe kan hij zo ontspannen zijn? Nabibberend kijk ik naar de paarden die vrolijk weer een rondje draven.

CREDITS: TEKST & FOTOGRAFIE MARGREET FEENSTRA

Lees hier Margreet’s eerdere columns

De nieuwste Seasons:

Schrijf je in voor de nieuwsbrief!

Nu in de winkel!

Meer Wonen