De dieren van Lewis & Clark

Anne Bonthuis

09-04-2016 02:25:49

In 1804 trok een klein gezelschap mannen en één vrouw de Amerikaanse wildernis in met maar één doel: een route over land vinden naar het uiterste noordwesten, tot aan de Stille Oceaan. Tussen alle ontberingen door verzamelden en noteerden ze honderden tot dan toe onbekende planten en dieren voor de wetenschap. Het verhaal van een legendarische expeditie. In Seasons 4 een mooie reisreportage over de expeditie van Lewis & Clark. Web-only  geven we een overzicht van de dieren die Lewis & Clark nog meer tegenkwamen op hun expeditie:

iStock_000034057416_Full

Coyote Lewis beschreef de coyote, een naam die komt van het indiaanse ‘coyotl’ wat ‘blaffende hond’ betekent. Hij noemde het op de prairie wijdverbreide roofdier met zijn kenmerkende doordringende zeegroene ogen een ‘kleine wolf’ en ‘gravende hond’. De coyote wordt tegenwoordig ook vaak prairiewolf genoemd.

Muildierhert De naam die Lewis en Clark dit hert gaven (in het Engels ‘muledeer’) is ook nu nog gangbaar. De grote oren lijken op die van een ezel.

Wolf Grote roedels wolven bevolkten Noord-Amerika ten tijde van Lewis en Clark. De grijze wolf was nieuw voor de wetenschap.

Ansjovis Lewis noemde dit visje in zijn wetenschappelijke beschrijving ‘kaarsvis’. Het belandde, nadat het voor het eerst werd gevangen in de Columbia rivier vlakbij de Stille Oceaan, al snel op het menu van de expeditie.

Vogels Amerikaanse ekster. Zoals vaker kon Lewis ook deze vogel, die erg lijkt op de ekster die wij in Europa kennen maar genetisch verschilt, alleen maar beschrijven nadat hij een exemplaar had gedood.

Lewis’ specht Het was geen ijdelheid van Lewis zelf, maar een latere ornitholoog die deze, voor de wetenschap nieuwe, spechtensoort vernoemde naar de ontdekkingsreiziger.

Clark’s notenkraker Ook Clark werd niet vergeten. De vogel, die hij in 1805 voor het eerst zag en in het Nederlands de grijze notenkraker heet, werd in het Engels naar hem vernoemd (Clark’s nutcracker).

Gaffelbok De Amerikaanse prairie leek soms net op de Afrikaanse savanne en het dier dat, naast de bizon, het meest aan dat beeld bijdroeg was de gaffelbok, die veel weg had van de Afrikaanse antilope. Lewis vond dit daarom dan ook de meest logische naam. Clark zag er eerder een soort geit in, maar dan zonder de typische baard. Hij schrijft begin september 1804: ‘Verschillende wilde geiten gezien op de vlaktes. Ze zijn wild en snel’. Met dat laatste had hij in elk geval gelijk. Na de jachtluipaard (110 kilometer per uur) is de gaffelbok, met 100 kilometer per uur, het snelste landdier op aarde. Omdat het dier geen verwantschap heeft met zowel geit als antilope, gaven wetenschappers het later de naam pronghorn (lettterlijk ‘spitshoorn’), in het Nederlands gaffelbok.

iStock_000068363329_XXXLarge

Nu in de winkel!

Meer Reisverhalen