Buitenkijker: winter in ‘De Tuynkamer’ in Brabant

Marjolein ter Braak

20 January 2020

De Tuynkamer

Als de kleuren in de tuin verbleekt zijn en de bomen kaal, gaan de vormen en contrasten spreken in liefhebberstuin De Tuynkamer in Noord-Brabant. Op z’n állermooist onder een dun laagje sneeuw, vinden eigenaren Anne Marie en Peter van Woensel.

Wakker worden in een witte wereld; wat doen jullie altijd als eerste?

Anne Marie: “Naar buiten om een rondje te maken. De stilte, de maagdelijke sneeuw; het is bijna jammer om er dan overheen te lopen. In elke tuinkamer nemen we wel even een kijkje. Het laagje sneeuw over de zaaddozen, de rijp op de blaadjes, de sporen van dieren in de sneeuw; er komt hier weleens een vos voorbij en een verdwaalde fazant. Na 23 jaar kunnen we daar nog steeds erg van genieten. Vaak nemen we ook een camera mee om die plaatjes vast te leggen.” De Tuynkamer

Is jullie tuin mede ontworpen met het oog op de winter?

“Nee, onze tuin is eigenlijk spontaan ontstaan en geleidelijk aan gegroeid. Het begon met een rozentuin, een grote wens van mij. Die heeft Peter voor me aangelegd, midden in een grasveld achter in de tuin. Hij plantte er een taxushaag omheen om beslotenheid te creëren. Zo ontstond het idee om allemaal tuinkamers te maken. Het leek ons leuk om door de tuin te wandelen en steeds weer verrast te worden door een andere sfeer.” De Tuynkamer

Hoe hebben jullie de tuinkamers ingevuld?

“De borders vulden we met planten, heesters en bomen die we mooi vonden. Soorten met een aparte bloeiwijze bijvoorbeeld. Maar ook goede nectarplanten en waardplanten (dit zijn planten die door rupsen worden gegeten en daarom onmisbaar zijn voor een vlindervriendelijke tuin). Die planten rangschikten we allemaal op kleur. Zo hebben we hier een grijze border vol zilver- en grijsbladigen, maar ook een vlammende tuin met rood, oranje en geel. Rondom plantten we hagen en bijzondere bomen als zuileiken, een Parrotia persica en moeraseiken, die zo prachtig breed uitgroeien. Ze zorgen hier in de winter voor de karakteristieke silhouetten.”

Hoe zijn die mooie vormencomposities ontstaan?

“Die zijn eigenlijk ook spontaan gegroeid. Zo kregen we een den uit de tuin van mijn vader voor onze oprit. Peter zette er een zaailing van een taxus voor die hij snoeide in een kegelvorm. Inmiddels een heel mooie combinatie, dat strakke naast het ruwe. De glooiende lijn in de beukenhaag voor het huis ontstond omdat we graag zicht op de straat wilden houden. Samen met de taxusbol en het huis van de buurman vormt dat ook een heel mooi plaatje. In de winter vallen de vormen en contrasten in de tuin natuurlijk ook meer op. Ook de lange zichtlijnen en de doorkijkjes ogen strakker als de felle kleuren wegvallen. Helemaal als de paden sneeuwwit zijn. Bouwwerken als de Clematis-obelisk en de spiegel bij de vijver geven dan ineens nog meer structuur. Daarnaast maken we onze tuin niet winterklaar. Alle siergrassen en de decoratieve zaaddozen van bijvoorbeeld Sedum en Phlomis dragen bij aan het winterbeeld. Ze bieden bovendien een schuilplaats aan veel dieren in de tuin, zoals egels, insecten en muizen.”

Hadden jullie al groene vingers toen jullie hier startten?

“Peter speelde als kind niet in de zandbak, maar in de tuin met zwart zand en afrikaantjes. Zijn vader was ziek en kon de tuin niet onderhouden. Die rol heeft hij met plezier op zich genomen. Ik ging met mijn ouders vaak naar de bossen. De liefde voor groen zat er ook bij mij al vroeg in. Samen hadden we een klein tuintje in een nieuwbouwwijk van Sprang-Capelle, 23 jaar geleden. Het verlangen naar een grotere tuin bracht ons naar dit oude boerderijtje in ’s Gravenmoer, een turfstekersdorpje. Het huis dateerde uit 1913 en moest flink worden verbouwd, maar er hoorde wel 2.700 m2 grond bij.” Het artikel over De Tuynkamer lezen? Het gehele interview staat in deze Seasons. De Tuynkamer Lees ook: Buitenkijker: de bloemrijke (moes)tuin van Stockholm

TEKST: MIRJAM ENZERINK | FOTOGRAFIE: SIETSKE DE VRIES


Gratis voor jou



Meer Tuin