Een vogelnestkast ophangen: zo doe je dat

Marloes Blom

20-03-2022 10:00:00

Ben je, net als Seasons columnist Thea Seinen ook zo dol op vogels in je tuin – zoals de roodborst en het bijzondere goudhaantje? Dan wil je ze natuurlijk ook een veilig plekje bieden om hun kroost te krijgen. In het boek ‘Vogels in onze tuin’ van Paul Böhre, redacteur van natuurmagazine Roots, vind je de ultieme tips voor het ophangen van een vogelnestkast. Plùs een keuzehulp: want welke vogel wil nou welke nestkast? Seasons mag de tips delen.

4x Tips voor het ophangen van een vogelnestkast

In Nederland hangen ongeveer 2 miljoen nestkasten. Dat de kool- en pimpelmees er graag in broeden, is algemeen bekend. Maar dat er ook nestkasten zijn voor bijvoorbeeld de gekraagde roodstaart, roodborst, boomkruiper en bosuil is wellicht minder bekend. Voor veel soorten vogels zijn er nestkasten te koop, maar welke kast is geschikt voor welke soort, en hoe en waar hang je ze dan het beste op?

1. Op afstand

Hang een nestkast op een rustige plek, op twee tot vier meter hoogte, daar waar katten er niet bij kunnen zodat de vogels zich veilig voelen en gemakkelijk in en uit kunnen vliegen. De kast moet op een plek hangen waar hij zo veel mogelijk beschut is tegen de wind en waar hij niet de hele dag in de zon hangt. Wil je meerdere nestkasten voor dezelfde soort in de tuin ophangen? Plaats ze dan op ten minste tien meter van elkaar. De onderlinge afstand voor verschillende soorten is drie meter. Uitzondering op de regel zijn de kasten voor koloniebroeders, vogels die graag bij elkaar nestelen, zoals huismussen en verschillende soorten zwaluwen. Deze kasten kunnen naast of onder elkaar opgehangen worden. Denk ook eens aan bijzondere ‘tuinbroeders’ en soorten die het moeilijk hebben, zoals de huismus, spreeuw en gierzwaluw. Voordat een gierzwaluw een nestkast bezet heb je wat meer geduld nodig dan voor de koolmees, maar als je toch gaat renoveren, kijk dan eens naar de mogelijkheden die er zijn: denk aan speciale stenen en dakpannen die de gierzwaluw een nestelplek kunnen bieden. Want onze hulp is ontzettend belangrijk voor het voortbestaan van deze vogels, en het is een verrijking om ze rond je huis te hebben.

2. Beste tijd

Eind oktober, begin november is de tijd om een nestkast op te hangen. Vogels gebruiken de nestkast in de winter ook om te overnachten. Het is er veilig en warm. Hang je een kast al voor de winter op, dan kunnen de vogels hem alvast inspecteren en de omgeving scannen om te bepalen of hij wellicht geschikt is om in te broeden. Zo vang je twee vliegen in één klap. En wat is er nou leuker dan een broedende vogel in de tuin te hebben en vervolgens de jonge vogels te zien uitvliegen?

3. Schoonmaken

Maak een gebruikte nestkast in het najaar schoon. Dat kan gewoon met heet water, om alle parasieten te doden. Gebruik geen chloor of andere giftige reinigingsmiddelen. Trek wel keukenhandschoenen aan, want heel schoon zal de kast niet zijn.

4. Met camera

Met een nestkast met een infraroodcamera kun je het broedsel volgen – de ultieme reality-tv!

Elke soort zijn eigen nestkast

Vogels zijn bijzonder kieskeurig: ze gaan voor een bepaald type nestkast met een bepaalde invliegopening. Mezen Heb je pimpelmezen in de tuin, kies dan voor een mezenkast (veel verschillende modellen) met een invliegopening van 28 millimeter doorsnede. Koolmezen hebben liever een invliegopening van 32 millimeter. Mussen Mussen broeden graag in kolonies. Om aan hun wens te voldoen, heeft een mussenkast meerdere vliegopeningen. Gierzwaluwen Gierzwaluwen gebruiken onze huizen als broed- plaatsen wanneer ze in mei, juni en juli in Nederland zijn. De nestkast dient onder goten of aan gevels te worden geplaatst op minimaal vier meter hoogte in verband met het uitvliegen van de jongen. Waar o.a. spreeuwen en spechten, boomkruipers en – klevers, bosuilen en holenbroeders het liefst in broeden lees je in Vogels in onze tuin. CREDITS: TEKST PAUL BÖHRE | ILLUSTRATIE ERIK VAN OMMEN

Vogels in onze tuin

Vogels in onze tuin is een prachtig geïllustreerd boek. Met aquarellen van illustrator en kunstenaar Erik van Ommen, aangevuld met verhalen en weetjes geschreven door Roots-redacteur Paul Böhre. Een boek over acrobatische duiven, slimme gaaien, parmantige roodborstjes en behendige zwaluwen. Met antwoorden op vragen als: welke vogel zie je wanneer, waar nestelt hij graag en hoe herken je zijn roep? De 27 meest voorkomende soorten komen uitgebreid aan bod en ook de minder gangbare tuingasten krijgen een plek in dit boek. Paul Böhre | Vogels in onze tuin | Fontaine |€ 25 | Te bestellen via shop.rootsmagazine.nl

Meer lezen over – en doen voor vogels

Nu in de winkel!

Meer Dieren