Sami

Anne Bonthuis

04-02-2016 15:35:41

Het is krakend koud. Buiten onze blokhut in het Engholm Husky Desing Lodge, nabij Karasjok, wijst de buitenthermometer min vijfentwintig aan. De winter houdt Noord-Noorwegen in zijn greep. Diep in onze jassen en sjaals weggedoken begeven we ons naar buiten. Veertig kilometer van hier houden de dennenwouden op. rendier 2Vijftig jaar geleden bouwde rendierherder Nils Somby daar, op die eindeloze toendra, samen met zijn vrouw Anne een klein houten huisje. Ze wonen er gedurende het winterhalfjaar. Liv Engholm van het Design Lodge neemt nu en dan gasten naar Nils en Anne mee. Om een goede indruk van hun leefwijze te krijgen zullen we twee dagen bij hen blijven en overnachten in een Lavol, een soort Indianen-tent. hondeslede 2 Na het ontbijt rijden we richting Jargul, een gehucht veertig kilometer verderop. Nils wacht ons aan de oever van de Karasjok rivier op. Hij is klein, tenger, met vriendelijke ogen in een gezicht waarop sneeuwstormen, ijzige winden en felle zon hun sporen hebben nagelaten. Nils heeft drie sleden achter zijn sneeuwscooter gebonden. Twee zijn beladen met balen hooi. “Om de rendieren bij te voeren”, verklaart hij. Verweven leven De tocht voert enkele kilometers over de bevroren rivier, waarna we tegen een helling “opklimmen”. Boven ontrolt de toendra zich aan onze blik, een schaars begroeide vlakte bedekt met een verblindende sneeuwlaag. Ergens, ver weg in de witte eindeloosheid, moet het huisje van Anne en Nils staan. “We komen in de buurt”, roept Nils, “nog zeven kilometer.” Twintig minuten later doemt in de verte het huisje op. Anne stapt naar buiten. “Kom binnen”, gebaart ze glimlachend. huis 1 “Ons water halen we uit een zelfgehakt wak in de rivier, dat we in jerry cans hiernaartoe brengen.” zegt Nils. “De winters in dit hoge noorden zijn donker, de temperaturen liggen diep beneden het vriespunt, en van december tot maart schijnt de zon maar enkele uren per dag. We zien dan praktisch niemand. Maar we hebben het hier goed samen. Onze levens zijn verweven met dit land en de rendieren, en we zijn er trots op hun hoeders te zijn. Een ander leven dan dit zouden we niet willen.”Anne, die kleding, schoenen en wanten van rendierhuid voor hen beiden maakt, knikt instemmend. De kudde in beweging Zelfs tijdens hevige sneeuwstormen inspecteert Nils meerdere malen per dag zijn rendierkudde. Door en door warm vervolgen we onze tocht over de toendra. Na een half uur ontdekken we ver weg Nils’ kudde. Zodra hij van zijn sneeuwscooter stapt, komen de dieren van alle kanten naar hem toe, wetende dat hij hooi bij zich heeft. kudde 1 “De kudde is altijd in beweging,” zegt Nils. “In de wintermaanden blijven de dieren in hetzelfde gebied, maar trekken daarbinnen steeds naar andere plekken voor voedsel: korstmossen onder de sneeuw. Met hun voorhoeven krabben ze de sneeuwlaag weg om erbij te komen. Iedere morgen om zes uur zoek ik hen op om te zien of ze niet te ver afgedwaald zijn. Ik kom telkens terug om de dieren eventueel terug te drijven, of zo nodig bij te voeren.” “Vele eeuwen lang volgde mijn volk, de Sami, rendierkuddes op ski’s en per slee, getrokken door een rendier. Ik ben op zo’n slee geboren. Sinds de sneeuwscooter zijn intreden deed is er veel veranderd. Grote afstanden worden sneller overbrugd, zodat we nu op een vaste plek kunnen wonen. Vroeger verplaatsten we ons samen met de dieren, en leefden daarom in een tent. De nieuwe tijd bracht ook mobiele telefoons, waarmee herders onderling contact houden. Maar wij zijn hetzelfde volk gebleven, met dezelfde oude gewoonten en tradities.” rendier 1 Op een bed van takken Na tweeëneenhalf uur rijden we in de late namiddag weer huiswaarts. Anne is bezig berkentakken af te kappen. “Jullie matras” zegt ze met een glimlach. Nadat de lavol is opgezet, spreiden we een laag takken op de tot ijs bevroren sneeuw, waar voor ieder een rendiervel ligt. Daarover rolt elk z’n slaapzak uit. We leggen direct een vuur aan. Boven in de lavol zit een rookgat, en de ingang van de tent staat een stukje open, voor een goede trek. Na een simpele smelten we sneeuw in een pan: water voor koffie en thee. We zijn verbaasd hoe snel we ons aan de uiterst primitieve omstandigheden in deze arctische wildernis aanpassen. Noorderlicht + Sami tent Liggend om het vuur horen we ’s avonds Nils’ verhalen aan. Bijvoorbeeld over de voorjaarstrek van enkele weken naar de Noordkaap. Die begint rond midden april wanneer de wijfjes hoogzwanger zijn. Nils vertelt ook over de twee kilometer die de dieren daar naar de overkant moeten zwemmen. Voor de zwangere vrouwtjes is dat te zwaar en te stressvol. Zij worden per boot in kleine groepen overgebracht. Begin oktober zwemmen ze met de jongen terug op hun tocht naar de herfstgebieden. Zoals alle rendierherders, trekken Nils en Anne tijdens de voorjaarsmigratie met hun kudde mee, en brengen zodoende de zomer door aan de indrukwekkende Noordkaap. rendier 4 Tegen elven vriest het ruim twintig graden. Plotseling verschijnen tussen de ontelbare sterren groen verlichte nevelsluiers die langs de hemel dansen. Minutenlang houdt de lichtshow van het hoge noorden aan, om even plotseling te verdwijnen als het kwam. We blijven tot middernacht buiten en krijgen het noorderlicht nog driemaal te zien. Nadat het zich teruggetrokken heeft, kruipen we in de goed isolerende slaapzakken. Binnen enkele minuten zakken we weg in een diepe slaap. kudde 8 Wondere wereld De vroege morgen is in rijp gehuld. Nils komt net terug van zijn kudde. We zullen zo met hem mee gaan. Pril zonlicht tovert het witte landschap in pastelkleuren. De kudde is behoorlijk afgedwaald en de tocht erheen duurt langer dan gisteren. Des te langer kunnen we genieten van deze wondere, weidse, stille wereld. We brengen enkele uren met Nils tussen de rendieren door, lunchen rond een vuurtje, en worden naar de lavol teruggebracht. We pakken onze spullen en zeggen de lieve Anne gedag. Nils brengt ons via dezelfde route terug naar Liv. We nemen afscheid en Nils geeft gas. Hij wordt kleiner en kleiner, en verdwijnt als stipje in zijn eigen witte wereld.   Tekst: Pieter Paul Koster | Fotografie: Pieter Paul Koster en Inge Oostenrijk | Productie: Inge Oostenrijk

Nu in de winkel!

Meer Reisverhalen